Onderzoekers en uitvinders bedenken veel in hun afgesloten onderzoeksomgeving of laboratorium. Maar of hun uitvinding in de praktijk het ook zo goed doet, daarvoor moeten ze toch echt de buitenwereld in. Sinds een aantal jaar lijkt het levende laboratorium, het “Living Lab” hiervoor de uitgelezen mogelijkheid.

Bedrijven, kennisinstellingen, overheden en gebruikers werken in het Living Lab gezamenlijk aan de (door) ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en businessmodellen in een realistische testomgeving. Ook in de stadsregio’s Rotterdam en Haaglanden zijn inmiddels verschillende initiatieven gestart.

The Hague Innovation Motor

The Hague Innovation Motor (HIM) is sinds een half jaar officieel geaccrediteerd door ENoLL (European Network of Living Labs) om als Living Lab te opereren. De organisatie die met vijf man startte in 2010 is nu druk bezig om hun drie hoofdprojecten verder uit te rollen en hier partners bij te vinden. Het gaat om de projecten: Smart Urban Space, Social Quality in Urban Environment en The Green Museum. Het laatste project springt het meest in het oog en draait om de vraag: Hoe maak je een museum of kunsttentoonstelling duurzamer?
Guus Boudestein, creative director bij Ontwerpwerk, is regelmatig betrokken bij de vormgeving en de productie van (tijdelijke) tentoonstellingen. Tentoonstellingen waarvan het bijbehorende constructiemateriaal vaak na afloop in de vuilcontainer verdwijnt. Hij merkt dat er bij museums weinig ruimte is voor innovatie. “Dat heeft onder andere te maken met de vaak korte duur van een expositie. Dan is er simpelweg geen tijd om iets nieuws uit te proberen of te onderzoeken. Ook is kunst kwetsbaar en willen de conservatoren het werk het liefst zo kort mogelijk in het openbaar laten zien. Zou je kunst ophangen op een nieuwe natuurlijke ondergrond, of een ander soort energiezuinigere luchtregulatie gebruiken, wat voor effect heeft dit dan op het kunstwerk? De behoefte om te experimenteren is daardoor klein bij musea. De hectiek maakt het onmogelijk om te innoveren.”

Door de kennis en ervaring van meerdere musea te bundelen en het onderzoek- en experimenteerwerk uit handen te nemen door middel van een Living Lab, hoopt HIM toch innovatie te stimuleren en toe te werken naar een ‘groen museum’. Dat musea helemaal niet innoveren is volgens Boudestein ook wel weer wat kort door de bocht. “Het is wel zo dat ze
inmiddels bezoekers zoveel mogelijk hun eigen materiaal laten meenemen. Pakte je vroeger een koptelefoon om te kunnen luisteren naar de audiotour. Nu krijg je een link naar een podcast die je via je smartphone kunt beluisteren. Maar je kunt dit nog verder trekken door het instellen van een eigen televisiekanaal waarop een expositie te zien is.”

‘Living Lab zorgt voor testen van ons product in een vroeg stadium’

Ook valt er nog veel winst te behalen in het maken van expositiewanden en andere constructies. “Door goed na te denken over hoe lang iets mee kan gaan, of het hergebruikt kan worden en of het misschien meerdere functies kan hebben, kun je een stuk duurzamer gaan werken.”

Living Labs in de zorg

De zorg is eveneens een branche waarin innoveren moeizaam gaat. Dit vanwege de langdurige procedures en het gebrek aan budget. Reden te meer dus om voor de zorg een levend laboratorium in te richten. Living Lab voor Zorginnovaties (LLvZ) is gestart in 2010 en ontwikkelt innovaties op gebied van zorg, wonen en welzijn. De steden Rotterdam, Delft en
Leiden en Provincie Zuid-Holland hebben mede het initiatief genomen tot dit project en zijn medefinancier. LLvZ begeleidt eindgebruikers, ondernemers, kennis- en onderzoeksinstellingen uit de Medical Delta en maatschappelijk ondernemers bij het in de markt zetten van succesvolle, vernieuwende producten en diensten die ervoor zorgen
dat ouderen en mensen met beperkingen langer zelfstandig kunnen wonen.

Salusion

Zo bedacht het bedrijf Salusion uit Delft het concept van Sensotive en testte dit in de vorm van een Living Lab bij Zorginstellingen Pieter van Foreest. De Sensotive is een sensor, verbonden aan een plakstrip in een incontinentieluier, die de vochtigheid van de luier meet. Verzorgers kunnen deze sensor (die zich aan de buitenkant bevindt) door middel van een scanner uitlezen en zo zien of de luier verschoond moet worden. Vooral ’s nachts is dit een uitkomst. Zij hoeven de patiënten voor deze check niet wakker te maken, wat voorheen wel de werkwijze was. Is geen verschoning nodig, dan slapen zij rustig verder. Bovendien levert het minder te verschonen bedden in de ochtend op, omdat er minder ongelukjes gebeuren.
Zonder Living Lab had Sensotive nooit tot stand kunnen komen denkt commercieel directeur Gerard Vaandrager: “We zijn al in een vroeg stadium gaan samenwerken met Zorginstellingen Pieter van Foreest. Hierdoor hebben we snel kunnen identificeren wat de toegevoegde waarde van onze innovatie is voor cliënten, zorgverleners en zorginstellingen.
Van daaruit hebben we verder kunnen werken aan de productontwikkeling.”De aanwezigheid van een Living Lab zorgde voor de mogelijkheid om hun product in een vroeg stadium al te testen. “Het had gekund dat het product dat wij bedacht hadden niet zo goed aan zou sluiten bij de wensen van de gebruikers.
In het Living Lab is Sensotive eigenlijk ontwikkeld in samenwerking met de markt vanuit de behoeftes van de gebruikers. Dit is belangrijk om het ook echt op grote schaal te implementeren.”
Vaandrager noemt bijvoorbeeld het aanbrengen van een klein led-lampje in de scanner. “Die zat er oorspronkelijk niet in, maar is op verzoek van de zorgverleners toegevoegd, zodat zij het grote licht in de kamer ‘s nachts niet meer hoeven te gebruiken.”

Silverfit
SILVERFIT

Ouderen krijgen met de spelcomputer Silverfit extra beweging op een ludieke manier.

Een product dat ook onder de vlag van LLvZ is doorontwikkeld is Silverfit. Een spelcomputer die ouderen aanzet tot bewegen. Bijvoorbeeld met een digitaal spelletje bingo waarbij de speler op moet staan en weer moet gaan zitten als het getal op het scherm ook op zijn bingokaart staat. Een camera boven het scherm registreert de bewegingen. Oprichters Joris Wiersinga en Maaike Dekkers bedachten het concept zelf en zetten het in de markt. LLvZ hielp hen vervolgens bij het inzetten van de spelcomputer in een niet-medische setting. “In eerste instantie is de Silverfit bedacht als hulpmiddel in het kader van een revalidatietraject bij de fysiotherapeut. Ouderen vinden het vaak niet leuk om herhaaldelijk dezelfde oefening te doen. Doe je dit in de vorm van een spel, dan kan dat zorgen voor extra motivatie. Maar je kan de Silverfit natuurlijk nog op meer manieren inzetten. Het Living Lab heeft ons erbij geholpen om het te kunnen testen in ouderencentra, bijvoorbeeld als groepsactiviteit. Inmiddels zijn we ook bezig met het onderzoeken naar de mogelijkheden
voor thuisgebruik.”
De kracht van LLvZ zit hem volgens Wiersinga in het netwerk dat zij om zich heen hebben gecreëerd. “Zij kijken wat er allemaal bestaat en wat je bij elkaar kunt brengen om een product zo optimaal mogelijk in te zetten. Het delen van elkaars kennis, daar leer je enorm veel van.”

Concept House Village
Living Labs Concept House

Het Concept House Prototype I ziet er eigenlijk uit als een gewoon appartement, maar heeft allerlei technische snufjes.

In het Rotterdamse dorp Heijplaat verrijst de komende jaren een tijdelijke wijk als Living Lab voor het testen en ontwikkelen van innovatieve woonconcepten, bouwprocessen en duurzame producten. Het Concept House Village is een project van Woonbron Rotterdam, RDM Campus (Hogeschool Rotterdam) en de TU Delft. Projectleider Nick Statham: “De wijk
Heijplaat is na het vertrek van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij in de verloedering geraakt. Woningbron heeft hier veel gesloopt en nog geen nieuwe plannen voor een deel van de vrijgekomen grond. Een perfecte mogelijkheid om hier nieuwe woonconcepten uit te testen die volledig energieneutraal zijn.”

Dat energieneutrale aspect komt niet uit de lucht vallen. Vanaf 2020 moeten alle nieuwbouwwoningen namelijk volgens Europese wetgeving energieneutraal zijn. Denk hierbij aan het gebruik van duurzame en cradle-to-cradle materialen, domotica, zonnepanelen, windenergie en filtersystemen voor de riolering. Statham: “Energieneutrale woningen kunnen we nu al bouwen, de technieken zijn er allemaal. Alleen een betaalbare energieneutrale woning in het lagere koopsegment, ook in serie gebouwd, dat is nog een groot vraagstuk.”

In oktober 2012 is het eerste driekamerappartement, Prototype I, opgeleverd, ontworpen door de TU Delft in samenwerking met een aantal partijen en sponsors. Bouwtijd op locatie: één week. Productietijd in de fabriek: één maand. Onderzoeker Rutger Wirtz: “De woning is voor het grootste deel prefab geproduceerd. Het dak is compleet met zonnepanelen en al
aangeleverd. De vloerverwarming zat al in de vloer gemonteerd evenals alle leidingen. Die hoefden we enkel aan elkaar te koppelen. Op de derde dag na de bouw hadden we al stroom. Ook de badkamer kwam compleet betegeld en geïnstalleerd uit de fabriek. Daar kunnen ze natuurlijk onder perfecte omstandigheden produceren. En er ontstaan geen kieren omdat de panelen perfect op elkaar aansluiten. Bij de productie hebben we ook gelet op de CO2 voetprint. Zo kunnen veel van de vloerdelen weer uit elkaar gehaald worden en gerecycled.”

‘Ons prefabappartement had een bouwtijd van één week’

Het ontwerpen van een energieneutraal appartement was voor de TU een interessante. “Vanwege het relatief kleine dakoppervlak is het veel moeilijker om energie terug te winnen. Maar met dit concept kunnen we een complex van maximaal vier woonlagen bouwen en nog steeds energieneutraal zijn.”
De energiebesparingen hangen voor een deel ook van de bewoners af. In de woning hangt een tablet die het verbruik aangeeft en waarmee de bewoner ook verschillende voorzieningen zoals verwarming en zonwering kan bedienen. Maar dit moeten zij natuurlijk wel gebruiken. Daarom verhuurt Woonbron het appartement tijdelijk aan verschillende
groepen bewoners om hun ervaringen met dit type woning te verzamelen en te onderzoeken.
De bouw van het eerstvolgende Concept House staat gepland voor het eerste kwartaal van 2013.